Foto: Pixaby

Is offshorewind de steenkool van de toekomst?

Offshore wind in Nederlandse havens is big business. De Deense turbinebouwer MHI Vestas verstevigt zijn positie met een eigen vestiging in Vlissingen. Havenbedrijf Rotterdam ziet de zaken nog een stuk groter en droomt van een North Sea Wind Power Hub. 

MHI Vestas maakte recentelijk bekend dat het een overeenkomst heeft gesloten met de BOW Terminal van de Kloosterboergroep voor de ontwikkeling van een productielocatie in de haven van Vlissingen. Het bedrijf gaat twintig hectare grond huren voor de assemblage van windmolens. Daarmee groeit de Vlissingse terminal uit tot een complete dienstverlener voor de offshore windindustrie op de Noordzee. Tot nu toe hield BOW zich vooral bezig met opslag en verzending van funderingen (monopiles) en transition pieces, de verbindingsstukken tussen de funderingen en windmolenmasten.

De nieuwe vestiging gaat dit najaar open en zal naar verwachting zo’n vijftig nieuwe banen opleveren. Het eerste project wordt het Belgische Norther: een park van 44 turbines van acht megawatt op 23 kilometer uit de kust voor Zeebrugge, dat in 2019 klaar moet zijn. Het wordt gebouwd door Van Oord en Marine Contractors in opdracht van een consortium van het Belgische Elicio (50%), Eneco (25%) en Mitsubishi (25%).

Belangrijke stap

De Denen verwachten ook windturbines te gaan leveren voor drie van de zogenoemde 700MW-parken, die de komende jaren op het Nederlandse deel van de Noordzee gebouwd worden. Dat zijn Borssele, Hollandse Kust Zuid en Hollandse Kust Noord. De opening van een productielocatie in Nederland is onderdeel van een investeringsprogramma, waarmee de Denen hun positie willen verstevigen. Zo werden kortgeleden in Denemarken een transformatorfabriek en in het Verenigd Koninkrijk een spuiterij voor windmolenbladen geopend.

MHI Vestas ziet de Vlissingse vestiging als een belangrijke stap om zijn positie op de Nederlandse markt te verstevigen. Het Deense bedrijf is samen met het Duitse Siemens wereldmarktleider met de productie en levering van offshore windmolens. Die twee bedrijven zijn in een wedloop met elkaar verwikkeld over wie de grootste heeft. Momenteel ligt die grens bij 9,5 megawatt maar verwacht wordt dat de grens van tien MW binnenkort wordt gebroken.

Duizend windturbines

Vrijwel gelijktijdig met de aankondiging van het Vestas-project maakte Havenbedrijf Rotterdam bekend dat het als vijfde partner is toegetreden tot het North Sea Wind Power Hub-consortium. Dat is een plan voor de ontwikkeling van een of meer energie-eilanden op de Doggersbank, centraal in de Noordzee. De basis daarvoor werd medio 2016 gelegd met de ondertekening van een samenwerkingsovereenkomst tussen Nederland, Duitsland, België, Luxemburg, Frankrijk, Denemarken, Ierland, Noorwegen en Zweden.

Begin vorig jaar werd een vervolgstap gezet met een overeenkomst tussen de stroomnetbeheerders TenneT TSO (Nederland), Energinet (Denemarken), TenneT TSO GmbH (Duitsland) en Gasunie om een concreet project te ontwikkelen. De Doggersbank is als locatie gekozen omdat de Noordzee er ondiep is, wat de bouwkosten kan drukken, en omdat het continentaal plat van Nederland, Duitsland, Denemarken en Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk er samen komen. Bovendien is de windsnelheid er gemiddeld hoger dan dichter bij de kust.

Maasvlakte2

De vijf partners gaan gezamenlijk de haalbaarheid van ‘een grootschalig, duurzaam Europees energiesysteem’ onderzoeken, dat ergens na 2030 gerealiseerd zou kunnen worden. Het Havenbedrijf stelt dat de recente ervaring met het creëren van land op zee, lees de aanleg van Maasvlakte2, een belangrijke aanwinst is voor het consortium.

Het project is gebaseerd op de verwachting dat op termijn veel meer elektriciteit uit offshorewind nodig is dan waarvoor nu capaciteit in voorbereiding is, mogelijk tot 180 gigawatt. Ter vergelijking: de vijf windparken die de komende jaren in het Nederlandse deel van de Noordzee worden gebouwd, hebben een gezamenlijk vermogen van 3,5 gigawatt. Het Havenbedrijf heeft becijferd dat er alleen al tussen de zeven en twaalf gigawatt aan opgesteld vermogen nodig is om de complete haven over te laten schakelen op duurzame energie. Dat komt overeen met rond de duizend windturbines met een vermogen van tien megawatt per stuk.

Stroomrotonde

Het idee van het eiland is dat het gaat fungeren als een soort stroomrotonde voor er omheen gebouwde windparken met aansluitingen op de deelnemende landen. Op die manier is zo’n eiland niet alleen een schakelstation voor lokaal geproduceerde elektriciteit uit windenergie, maar kan dat ook een rol spelen voor de uitwisseling van stroom tussen de deelnemende landen en zo de betrouwbaarheid van stroom uit wind vergroten.
Hoewel er ongetwijfeld een miljardeninvestering met het project gemoeid is, maakt de eilandaanpak de stroomproductie uit wind volgens de deelnemers zo’n 30% goedkoper dan de traditionele methode, waarbij elk park afzonderlijk via een kabel met het vasteland wordt verbonden. De winst zou vooral zitten in het uitsparen van dure transformatorplatformen, HVDC converterplatforms in het jargon.

CO2-vrij

Daarnaast zien de deelnemende bedrijven een scenario voor zich, waarin een deel van de elektriciteit wordt gebruikt voor de productie van waterstof door middel van elektrolyse. Dat is volgens het Havenbedrijf een stuk duurzamer dan de huidige techniek, waarbij waterstof uit aardgas wordt gewonnen. Op die manier zou het energie-eiland het gebruik van waterstof, onder meer als transportbrandstof, een stevige impuls kunnen geven.

De nieuwe windstroom is nodig om de haven zowel logistiek als in industrieel opzicht CO2-vrij te maken. In 2050 zou de huidige uitstoot van 32 miljoen ton per jaar tot nul gereduceerd moeten zijn. Dat zal een hele kluif worden. Zo zouden voor de raffinaderijen een compleet nieuwe generatie elektrische ovens ontwikkeld moeten worden ter vervanging van de huidige olie-gestookte apparaten.

In de herkansing

Maar met een combinatie van energiebesparing, CO2-opslag (carbon capture and storage, ccs) en inzet van duurzame energiebronnen als zon, wind en biomassa zou dat moeten kunnen. De grootste winst moet echter komen uit de sluiting van kolencentrales. Vorig jaar is er een begin mee gemaakt middels sluiting van de twee dertig jaar oude Uniper-centrales op de Maasvlakte, wat een jaarlijkse reductie oplevert van zo’n vijf miljoen ton CO2. De sluiting van twee nieuwe kolencentrales van Uniper (E.ON, bouwjaar 2015) en Engie (voorheen Electrabel, bouwjaar 2016) voegt daar nog eens zo’n acht miljoen ton aan toe.

Daarnaast gaat het eerder genoemde ccs (carbon capture and storage) in de herkansing. Enkele maanden geleden trokken Engie en Uniper vanwege te hoge kosten en mogelijk vervroegde sluiting van de nieuwe centrales definitief de stekker uit het Road-project, dat opslag van minstens een miljoen ton CO2 per jaar in de Noordzeebodem had moeten opleveren. Het Havenbedrijf werkt nu aan een plan om een ‘openbaar’ net voor CO2-afvang aan te leggen en hoopt dit jaar al de knoop door te kunnen hakken. Vanaf 2020 zou jaarlijks al twee miljoen ton kooldioxide moeten worden opgeslagen en vanaf 2030 zelfs vijf miljoen ton.

Jaar van de waarheid

Dat laatste jaar zou wel eens het jaar van de waarheid kunnen worden. Zo kondigde het Havenbedrijf van Amsterdam aan dat de kolenoverslag rond 2030 beëindigd wordt, waarbij overigens onduidelijk is wat dat betekent voor de twee grote spelers in die sector, Kolen Overslagbedrijf Amsterdam (OBA) en De Rietlanden. Ook in Rotterdam doet kolenoverslag het nodige stof opwaaien. Prangende vraag is of Havenbedrijf Rotterdam het aandurft om opnieuw een 25-jarig contract af te sluiten met ‘Europees kolenkampioen’ EMO op de Maasvlakte, nadat de Rotterdamse gemeenteraad het stadsbestuur per motie uitdrukkelijk opriep om dat niet te doen. Wethouder Adriaan Visser legt die motie echter naast zich neer omdat niet hij, maar het Havenbedrijf er over gaat.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Auteur: Nathalie Montfoort

Nathalie Montfoort is hoofdredacteur van Mainport en redacteur bij Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.